NVBMH-dossiers

Wet BIG en tijdelijke BIG-registratie

Tijdelijke zelfstandige bevoegdheid – Wet BIG artikel 36a

Sinds 1 mei 2017 staat de Bachelor Medisch Hulpverlener in de Wet BIG onder Artikel 36a. Dit betekent dat de BMH een experimenteertraject van 5 jaar volgt. Dit heet het ‘Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener’ en is wettelijk gezien een Algemene Maatregel van Bestuur, een tijdelijke wetswijziging die zonder tussenkomst van de Kamers door een minister kan worden doorgevoerd.

Op 5 april 2017 werd daarom in de staatscourant het volgende gepubliceerd: Staatscourant

Voor de toepassing van het tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener is een handreiking geschreven welke is afgestemd met; AZN, NFU, NVZ, NVBMH, CZO, NAPA en de NVSHV: Handreiking

 

Tijdelijke BIG-registratie

Per 1 januari 2019 moet de bachelor medisch hulpverlener ingeschreven staan in het BIG-register met een tijdelijk registratie. Het CIBG geeft aan hoe de registratie in zijn werk gaat:

Lees verder

 

Onderzoek Wet BIG BMH door KEMTA/MUMC

Met het wijzigen van de Wet BIG (Artikel 36a) en het van kracht gaan van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) per 1 mei 2017, is tijdelijk een wettelijke basis voor de BMH ontstaan om een aantal voorbehouden handelingen te indiceren, uit te voeren en te delegeren.
Door middel van een wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd door het Maastricht UMC+, afdeling KEMTA /Patiënt & Zorg, beoogt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) antwoord te krijgen op de vragen: In hoeverre is het doelmatig en effectief om de zelfstandige bevoegdheid toe te kennen aan de BMH met betrekking tot het uitvoeren van voorbehouden handelingen en voor welke voorbehouden handelingen is dit doelmatig en effectief?

De BMH heeft een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid voor de volgende voorbehouden handelingen:

  • het geven van een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie;
  • het verrichten van een katheterisatie van de blaas bij volwassenen;
  • het inbrengen van een maagsonde;
  • het inbrengen van een infuus;
  • het verrichten van een venapunctie;
  • het verrichten van electieve cardioversie; het toepassen van defibrillatie;
  • het in- of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube;
  • het toepassen van een drainagepunctie bij een spanningspneumathorax.

Het evaluatieonderzoek speelt een belangrijke rol bij de besluitvorming door het Ministerie van VWS over het al dan niet continueren van de zelfstandige bevoegdheid na afloop van de proefperiode van vijf jaar. Het evaluatieonderzoek zal resulteren in een rapportage die beschikbaar wordt gesteld na afloop van het evaluatieonderzoek en in afstemming met het Ministerie van VWS.

Tijdens de looptijd van het onderzoek, tot december 2020, worden de onderzoekers geadviseerd door een begeleidingscommissie, die in overleg met het Ministerie van VWS is samengesteld. In deze commissie zijn vertegenwoordigd: Nederlandse Vereniging voor Bachelor Medisch hulpverlener (NVBMH), Landelijk Platform Bachelor Medische Hulpverlening (LPBMH), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Ambulancezorg Nederland (AZN) en Chief Nursing Officer (CNO).
Lees meer 

Nieuwsbrief

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de NVBMH.

Contact opnemen?